Saffier

De naam saffier (Grieks ' blauw ') werd vroeger voor verschillende stenen gebruikt. In de oudheid, en gedeeltelijk tot in de middeleeuwen, verstond men onder saffier meestal de tegenwoordige lapis lazuli. Omstreeks 1800 werd bekend dat saffier en robijn edelsteenkwaliteiten van korund zijn. Aanvankelijk kreeg slechts de blauwe variëteit de naam saffier, anders gekleurde korund (behalve rood) kreeg speciale, gedeeltelijk verwarrende namen, zoals bijvoorbeeld Oriëntperidoot voor de groene variëteit of Oriënttopaas voor de gele korund.
Tegenwoordig verstaat men onder saffier alle niet-rode korund met edelsteenkwaliteit. De rode variëteiten heten robijn. De verschillende kleuren van saffier worden tegenwoordig aangegeven door een bijvoeglijk naamwoord, bijv. groene saffier of gele saffier. De naam saffier zonder toevoeging betekent altijd de blauwe saffier. Kleurloze saffier heet ook leucosaffier (Grieks ' wit '), roodachtig tot oranjegele saffier padparadscha (Singalees 'lotusbloem' ).
Een duidelijke grens tussen beide variëteiten saffier en robijn bestaat niet. lichtrode, roze of violette korund wordt in het algemeen tot de saffieren gerekend omdat ze in vergelijking tot de andere kleuren een eigen waarde hebben; in de groep der robijnen zouden ze tot de mindere kwaliteiten worden gerekend.
Kleurende stoffen zijn bij blauwe saffier ijzer en titaan, bij violette saffier vanadium. Driewaardig ijzer geeft gele en groene nuances, chroom geeft roze kleuren en chroom, ijzer en vanadium geven oranje kleuren. Het meest gewaardeerd is zuiver korenbloemblauw. Bij kunstlicht kunnen bepaalde saffieren er inktkleurig of zwartblauw uitzien.
Door branden bij een temperatuur van 1700-1800.C krijgen troebele saffieren met een onopvallende kleur van een bepaalde vindplaats een heldere blauwe duurzame kleur.
De hardheid is gelijk aan die van robijn en even duidelijk verschillend in de verschillende richtingen ( belangrijk bij het slijpen! ). Een voor alle saffieren geldende kenmerkende fluorescentie is er niet.
Insluitsels van rutielnaalden veroorzaken een zijdeachtige glans; georiënteerde naalden, dit zijn naalden die in een richting liggen ( vaak ook zeer kleine spleten) veroorzaken het kattenoogeffect of een zesstralige ster, een stersaffier.

Afzettingen
Moedergesteente van saffier is gedolomitiseerde kalksteen, marmer, basalt of pegmatiet. De winning heeft hoofdzakelijk plaats op alluviale of verweringsafzettingen, soms in de vaste rots. De winningsmethoden zijn gewoonlijk buitengewoon eenvoudig. Met de hand worden gaten gegraven of wordt een helling weggeruimd waardoor de ontginning van de daaronder liggende edelsteenhoudende laag mogelijk wordt. De scheiding van klei, zand en kiezel geschiedt door het uitwassen van de edelstenen op basis van hun groter soortelijk gewicht. De laatste scheiding gebeurt met de hand.
Saffier komt veel meer voor dan robijn, omdat de kleurende stoffen van saffier vaker voorkomen dan die van robijn.
De tegenwoordig economisch belangrijkste saffierafzettingen liggen in Australië, Birma, Sri Lanka en Thailand.
De Australische afzetting in Queensland is al sinds 1870 bekend. Het moedergesteente is basalt; uit het verweringspuin worden de saffieren uitgewassen. De kwaliteit is matig. Bij kunstlicht zijn de anders donkerblaJlwe stenen inktkleurig, blauwgroen tot bijna zwart. Ook lichtere kwaliteiten hebben een groene zweem. Sinds kort worden in Queensland ook zwarte stersaffieren gewonnen. Begeleidende mineralen zijn pyroop, kwarts, topaas, toermalijn en zirkoon. Sinds 1918 worden er in Nieuw Zuid-Wales saffieren gevonden met goede blauwe kwaliteiten. In de laatste jaren zouden deze afzettingen zeer productief zijn geworden.
In Opper-Birma bij Mogok worden alluviale afzettingen ontgonnen, soms met moderne ontginningsmethoden, die behalve saffier ook robijn en spinel bevatten. Het moedergesteente hier is een pegmatiet. In 1966 werd hier de grootste stersaffier gevonden, een kristal van 63.000 karaat (= 12,6 kg).
Sinds de oudheid worden in Sri Lanka saffieren gewonnen. De afzettingen liggen in het zuidwesten van het eiland, in het gebied rondom Ratnapura. Het moedergesteente is een gedolomitiseerde kalksteen die in graniet, resp. gneis, is ingebed. Afgebouwd worden 30-60 cm dikke grindbanken (door de lokale bevolking 'illam' genoemd) op een diepte van 1 tot 10 m. De saffieren zijn meestal lichtblauw, vaak met een violette zweem. Daarnaast zijn er ook gele en oranje variëteiten (padparadscha), evenals groene, roze, bruine en bijna kleurloze stenen, en bovendien stersaffieren en saffierkattenogen. Er zijn veel begeleidende mineralen: apatiet, epidoot, granaat, kwarts, robijn, spinel, topaas, toermalijn, zirkoon.
In Thailand zijn twee saffierafzettingen: de ene ligt bij Chanthabun, ten zuidoosten van Bangkok; de andere bij Kanchanaburi, ten noordwesten van Bangkok. Het oorspronkelijke moedergesteente is marmer, resp. basalt, maar ontgonnen worden alluviale of verweringsafzettingen. Er zijn goede, verschillend gekleurde variëteiten, ook stersaffieren. De blauwe saffieren hebben een donkere kleur, maar neigen enigszins naar blauwgroen.
De meest gevraagde saffier kwaliteiten kwamen vroeger uit Kashmir/India waar de afzettingen op 5000 m hoogte in het Zaskargebied liggen. Sinds 1880 worden deze met wisselend succes geëxploiteerd. Tegenwoordig schijnen ze te zijn uitgeput. Het moedergesteente is een sterk gekaoliniseerde pegmatietgang in kristallijne schisten. Het verweringsmateriaal hiervan levert korenbloemblauwe saffieren, vaak met een zijdeglans. De tegenwoordig als Kashmirsaffier aangeboden stenen komen meestal uit Birma.
In 1894 werden saffierafzettingen ontdekt in Montana in de VS. Het moedergesteente is een andesietgang. Winning van de edelstenen gebeurde door de afbouw van het moedergesteente samen met het verweringspuin. De kleur van de saffieren is zeer verschillend, vaak bleekblauw of staalblauw. De ontginning is sinds de jaren twintig geregeld onderbroken.

Verdere afzettingen bevinden zich in Brazilië (Mato Grosso, Minas Gerais), China, Cambodja, Kenia, Malawi, Nigeria, Tanzania en Zimbabwe.
Sporadisch worden ook in Finland (Lapland) stersaffieren gevonden.
Beroemde saffieren
Grote saffieren zijn zeldzaam. Soms krijgen ze eigen namen, net als beroemde diamanten. Zo bezit het American Museum of Natural History in New York de 'Ster van India', waarschijnlijk de grootste geslepen blauwe stersaffier (536 kt), en bovendien de 'Middernachtster', een zwarte stersaffier (116 kt). De 'Ster van Azië', een stersaffier van 330 kt, werd verworven door het Smithsonian Institution in Washington. Twee beroemde saffieren (St. Edward's en de Stuart-saffier) bevinden zich in de Engelse kroonjuwelen.

Bron van informatie over edelstenen deels gekregen door: Tirions gids van edel-en sierstenen,Jewelry Central, GIA,